Vakantie en reizen vormen de ideale combinatie om nieuwe dingen te zien, je te laten inspireren door mooie initiatieven elders. Diederiek van Loo deelt wat zij deze zomer vond in Bremen.
Ik was deze zomervakantie een paar dagen in Bremen, bekend van de Bremer stadsmuzikanten uit het sprookje van Grimm, die met hun muziek boeven wegjoegen. Luther zou het een mooi verhaal gevonden hebben, want ook naar zijn overtuiging is muziek een probaat middel om de duivel op afstand te houden.
Muziek heb ik helaas niet gehoord – nog maar eens terugkomen buiten de vakantieperiode. Maar ik werd getroffen door iets anders dat met ritme te maken heeft. In het koor van de Onze Lieve Vrouwekerk, een enorme kerk, centraal gelegen aan het Marktplein, was een schommel opgehangen. De touwen kwamen regelrecht vanuit de hemel, nou ja, vanuit het gewelf, maar dat was hemelhoog. Kinderen stonden in de rij. En geheel begrijpelijk, want volgens natuurkundige wetten werd de zwaai van de schommel heel langzaam door die lange touwen. Een sensatie. Een loper op de grond gaf aan welke ruimte je vrij moest laten om niet door de vliegende schommel geraakt te worden.
Was dit het zoveelste voorbeeld van een kerk die bij gebrek aan interesse voor zijn oorspronkelijke bedoeling nu was omgebouwd tot sporthal, trampolineparadijs of koffietent? Nee, geenszins. Op het altaar lag de kanselbijbel opengeslagen. Een kaars brandde. Informatieposters van acties en cursusavonden vormden samen met kindertekeningen onmiskenbaar sporen van een levendige kerkgemeenschap. Met schommel. En opeens viel me op wat een spirituele bezigheid schommelen eigenlijk is, misschien wel vergelijkbaar met het labyrint lopen in Chartres of Amiens. Je gaat heen en weer, naar voren, naar achteren, trekken en strekken. Omhoog naar het licht. Nog hoger. En weer naar beneden, met een beetje een wee gevoel in je maag. Of gewoon zachtjes wiegen en dromen, zwevend tussen hemel en aarde. Bovendien laten alle liederen in een driedelige maat zich heerlijk zingen op de schommel. Het lied dat in mij opborrelde was ‘Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig… (Huub Oosterhuis, Liedboek 275).
Het grappige was: de spelende kinderen leken zich op de een of andere manier bewust van de gewijde ruimte. Het was spelen voor Gods aangezicht. Het was genieten. Want ieder kind wil schommelen. Net als veel volwassenen, als ze de kans krijgen. Ik ook. Als ik een kerk zou hebben met genoeg extra ruimte zou ik meteen gaan lobbyen: wij willen ook een schommel! Om te ervaren hoe je je, blij en zorgeloos, kunt toevertrouwen aan de beweging van het leven, met ups en downs, wetend dat de touwen veilig vast zitten in de hemel. En om vanuit de hoogte de kerk op een andere manier te bekijken. Wat mij betreft is een schommel liturgisch meubilair.
Pas later bedacht ik waar die combinatie van ‘zwaaien’ en ‘kerk’ me nog meer aan deed denken. In de kerk van Santiago de Compostella hangt, aan een meterslang touw vanuit het gewelf, de beroemde ‘botafumeiro’. Dat reusachtige zilveren wierookvat wordt heen en weer getrokken door een groep mannen – met precies dezelfde techniek waarmee elk kind een schommel in beweging brengt. Er zijn vele filmpjes op Youtube waar je dit kunt zien, mocht je niet de hele Camino willen lopen.
Diederiek van Loo, predikant in Leersum
Bekijk de Botafumeiro in Santiago de Compostella
Gerelateerde berichten

Spelen voor Gods aangezicht
Vakantie en reizen vormen de ideale combinatie om nieuwe dingen te zien, je te laten inspireren door mooie initiatieven elders. Diederiek van Loo deelt wat zij deze zomer vond in Bremen.

Kerkliederen op het station
Tijdens het jaarlijkse Bachfest in Leipzig is er een parallelprogramma voor de jeugd. Dat mondt uit in een groot meezingconcert in de Osthalle van het centraal station van Leipzig, waar onder andere klassieke kerkliederen uit volle borst meegezongen worden.

